Als u e-mailberichten wilt verzenden en ontvangen met Outlook, moet u eerst de informatieservice Internet-e-mail op de juiste wijze configureren. Ga als volgt te werk om de informatieservice Internet-e-mail te configureren:
1. Start Outlook.
2. Klik in het menu Extra op E-mailaccounts.
3. Selecteer in het dialoogvenster E-mailaccounts de optie Een nieuwe e-mailaccount toevoegen en klik op Volgende.
4. Klik in het dialoogvenster Servertype op POP3 en klik op Volgende.
5. Voer in het dialoogvenster E-mailaccounts de vereiste gegevens in aan de hand van de volgende richtlijnen:a. Gebruikersgegevens• Uw naam: geef uw volledige naam op.
• E-mailadres: deze gegevens worden gewoonlijk door de internetprovider aangeleverd. Een e-mailadres bestaat meestal uit een combinatie van de voor- en achternaam van de gebruiker, gevolgd door het at-teken @ en de naam van de internetprovider. Voorbeeld: Piet Veenstra heeft Providernet gekozen als internetprovider. De provider wijst hem het e-mailadres PietV@providernet.nl toe. b. Aanmeldingsgegevens• Gebruikersnaam: dit is gewoonlijk het deel van het e-mailadres links van het at-teken (@).
• Wachtwoord: Geef het wachtwoord op dat u van uw internetprovider hebt gekregen.
• U kunt het selectievakje inschakelen om ervoor te zorgen dat Outlook het wachtwoord van uw e-mailaccount onthoudt.
c. Serverinformatie• Server voor inkomende e-mail (POP3): geef de naam op van de POP3-server waarop uw e-mailberichten worden bewaard totdat u deze hebt gedownload.
• Server voor uitgaande e-mail (SMTP): geef de naam op van de server voor uitgaande e-mailberichten. Typ de namen van zowel de server voor inkomende e-mail als de server voor uitgaande e-mail in kleine letters. Servernamen kunnen namen zijn die bestaan uit woorden, zoals email.mijnprovider.net, maar het kunnen ook IP-adressen zijn, zoals 168.192.10.1.
d. Klik op Accountinstellingen testen. Dit is een nieuwe mogelijkheid in Outlook. Hiermee opent u een dialoogvenster waarin u kunt zien hoe de configuratie die u zojuist hebt ingevoerd, wordt getest. Alle fasen van de testprocedure worden stapsgewijs weergegeven. Als u op Accountinstellingen testen klikt, gebeurt het volgende:• De verbinding van uw systeem met internet wordt bevestigd.
• U wordt aangemeld bij de SMTP-server.
• U wordt aangemeld bij de POP3-server.
• Er wordt vastgesteld of u zich eerst bij de POP3-server moet aanmelden. Als dit nodig is, wordt Aanmelden bij server voor inkomende e-mail voordat e-mail wordt verzonden automatisch ingeschakeld.
• Er wordt een testbericht verzonden. In dit bericht wordt gemeld welke eventuele wijzigingen Outlook heeft aangebracht in uw oorspronkelijke configuratie en waarom dat is gebeurd.
U kunt nu e-mail verzenden !! e. Klik op Meer instellingen. Hiermee gaat u naar het dialoogvenster Instellingen voor Internet-e-mail waar u uw Internet-e-mailaccount verder kunt aanpassen.
Het dialoogvenster Instellingen voor Internet-e-mailDe gegevens die u in de sectie 'De informatieservice Internet-e-mail configureren' hebt ingevoerd, worden toegevoegd aan de verschillende tabbladen in het dialoogvenster Instellingen voor Internet-e-mail. Hier brengt u wijzigingen aan in uw Internet-e-mailaccount.
Tabblad Algemeen
Op het tabblad Algemeen kunt u de naam van uw e-mailaccount wijzigen. • E-mailaccount: geef een naam op voor deze account.
• Organisatie: de naam van uw bedrijf. Deze informatie is optioneel.
• Antwoordadres: geef hier alleen een adres op als u wilt dat antwoorden op uw e-mailberichten naar een ander e-mailadres worden verzonden. Deze informatie is optioneel.
Tabblad Server voor uitgaande e-mailHet tabblad Server voor uitgaande e-mail is nieuw in Outlook. Als u op de knop Accountinstellingen testen klikt, worden alle vereiste velden op dit tabblad automatisch ingevuld. • Het selectievakje Voor de server voor uitgaande e-mail (SMTP) is verificatie vereist: schakel dit selectievakje in om deze instelling te activeren en om het type aanmeldingsverificatie dat uw server vereist, te selecteren.
• Het selectievakje Aanmelden met beveiligd-wachtwoordverificatie (SPA): schakel dit selectievakje alleen in als uw internetprovider u die opdracht geeft. Er zijn maar heel weinig providers die deze instelling gebruiken.
• Het selectievakje Aanmelden bij server voor inkomende e-mail voordat e-mail wordt verzonden: veel internetproviders stellen als eis dat u eerst berichten ontvangt. Dit betekent dat u een geverifieerde gebruiker bent en dat u de internetprovider niet gebruikt om ongewenste commerciële e-mailberichten (SPAM) naar nietsvermoedende ontvangers te verzenden.
Tabblad Verbinding1. Verbinding Het tabblad Verbinding bevat informatie over de manier waarop u verbinding moet maken met de e-mailserver. U kunt op drie manieren verbinding maken met de e-mailserver van uw internetprovider: Selecteer de meest geschikte verbindingsmethode die in deze sectie wordt vermeld.
a. LAN-netwerk gebruiken: als u deze optie selecteert, kunt u zich via een bestaande netwerkverbinding aanmelden bij de e-mailserver. In het netwerk moet wel een internetverbinding zijn ingesteld. Neem contact op met de netwerkbeheerder voor meer informatie.
b. Telefoonlijn gebruiken: als u deze optie selecteert, zoekt de service Internet-e-mail naar een inbelverbinding voor uw aanmelding bij de internetprovider. Zodra u bij de internetprovider bent aangemeld, probeert de service verbinding te maken met de e-mailserver. Als deze optie niet beschikbaar is, is de Microsoft Windows-functie Externe toegang mogelijk niet op uw computer geïnstalleerd. Raadpleeg de sectie 'Als Externe toegang niet is geïnstalleerd' van dit artikel voor meer informatie.
c. Verbinding maken via een kiezer: als u deze optie selecteert, gebruikt Outlook een standaardverbindingsmethode die al is geconfigureerd.
2. Modem:a. Als u de optie Telefoonlijn gebruiken selecteert, moet u een inbelverbinding definiëren. Hiertoe selecteert u een bestaande verbinding in de lijst of klikt u op Toevoegen om een nieuwe verbinding te maken.
b. Als u de eigenschappen van een verbinding wilt bewerken, selecteert u de gewenste verbinding in de vervolgkeuzelijst en klikt u op Eigenschappen. De eigenschappen van de bestaande verbinding worden weergegeven.
Tabblad GeavanceerdOp het tabblad Geavanceerd kunt u de poorten van de POP3- en de SMTP-server instellen, opgeven of er voor de server een beveiligde verbinding is vereist en instellingen definiëren voor time-outs en bezorging. Zo kunt u met de bezorgingsinstellingen opgeven dat gelezen e-mailberichten gedurende een bepaalde tijd op de server moeten blijven staan. Deze functie is vooral handig als u dezelfde e-mailaccount op meer dan één computer gebruikt.